Andreas kruizen

 

Wat is het verhaal achter de Amsterdammertjes?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar homepage

De geschiedenis van het Amsterdammertje (maar wat er van waar is?)
De zeventiende eeuw was in Holland de Gouden Eeuw (1585-1672) waarin het land tot grote economische bloei kwam door de handel met Oost- en West Indië. Amsterdam floreerde en werd van een dorp aan een dam in de Amstel een welvarende handelsstad. De stad trok mensen uit vele landen en werelddelen aan die op hun beurt weer bijdroegen aan de welvaart. In de achttiende eeuw lieten Amsterdamse kooplieden, reders en bankiers prachtige huizen bouwen aan de grachten, die als de hoofddraden van een spinnenweb rond de toen nog Vissersdam geheten Dam gegraven werden. De grachten dienden als verkeersweg voor de kleine handelsvaart, die vanuit de haven de markten bevoorraadde. En natuurlijk als riool en mestvaalt, maar dat terzijde. Tussen de grachten in ontwikkelde zich in de loop van de tijd een wirwar aan stegen en straatjes en overal krioelden boeren, burgers, buitenlui, handkarren, paard en wagens, koetsen en sleeën op het met kinderhoofdjes (Belgische kasseien) geplaveide wegdek.

(Te) kort door de bocht
In die tijd was de Singelgracht (de huidige Nassaukade, Stadhouderskade, Mauritskade) de stadsgrens en binnen die omwalling leefden ruim 210.000 mensen. Vergelijk dat eens met de 800.000 inwoners van nu die over een aanzienlijk groter grondgebied verspreid zijn. Het was dus best een drukke bedoening in dat achttiende-eeuwse Amsterdam en doordat de grachten en straten zo vol en smal waren, gebeurde het vaak dat menners en koetsiers de bochten te krap maakten, waardoor ze met de wielen van de karren en koetsen de gevels van de hoekpanden schampten. Gevolg was dat zowel huis als kar of koets beschadigd raakte. Dat is natuurlijk niet zo mooi. Dat kost geld en dus moest daar iets op gevonden worden…

Kanon als schamppaal
De glorie van de Compagniesvaart was inmiddels verbleekt en veel van de schepen waren opgelegd of onttakeld. De zware, gegoten scheepskanonnen kregen een nieuwe beschermingstaak. Ze werden op de hoeken van de straten en bij poorten van rijtuigstallingen en statige koopmanspanden ingegraven met de loop omhoog. De loop werd vervolgens gevuld met zand dat weer werd afgedekt met een kanonskogel. Zo begonnen de kanonnen aan een tweede leven als schamppaal, opdat de huizen niet langer beschadigd raakten bij te nonchalant genomen bochten.

Onder: Lommerdbrug voetbrug over de Oude Zijds Voorburgwal bij de Enge Lombardsteeg waar de Bank van Lening was. Let ook op de sokkel van deze oude gietijzeren Amsterdammertjes.
<<< vorige pagina
volgende pagina >>>